Als Willem II op zaterdagavond 23 mei de beslissende finalewedstrijd tegen Volendam speelt in de strijd om een eredivisieticket, zit Piet de Visser aan de televisie gekluisterd in zijn huis in Oisterwijk. De Tricolores roepen nog altijd een warm gevoel op bij de 91-jarige voetbaltrainer/meesterscout en hij zou de club nog graag van dienst willen zijn, maar voordat het zover is heeft De Visser nog wel wat nootjes te kraken…
Door Ron van Kuijk
Toen Piet de Visser in 1985 neerstreek bij Willem II, verkeerde de club in zwaar weer. De Tilburgers waren net aan een faillissement ontsnapt, speelden onderin de Eerste Divisie en trokken nog maar nauwelijks publiek. Maar voor De Visser was het juist dát wat hem aantrok. Niet de zekerheid van een topclub, maar de uitdaging om iets op te bouwen.
“Als jeugdspeler uit Zeeland speelde ik ooit met de Zeeuwse jeugd een voorwedstrijd in het oude Willem II-stadion”, vertelt De Visser. “Daarna mocht ik kijken naar Willem II zelf. Ik weet nog dat ik daar Jan van Roessel zag spelen. Wat een geweldige spits vond ik dat. Groot, sterk, geweldig in de lucht en technisch goed. En die tricolores… die kleuren en het shirt vond ik prachtig. Dat is altijd ergens in mijn hoofd blijven zitten. Ik dacht altijd: als ik ooit de kans krijg om trainer van Willem II te worden, dan doe ik het.”
Die kans kwam midden jaren tachtig. Op dat moment zat De Visser bij AZ, waar hij goed verdiende en rustig woonde in een mooi huis in de polder. Maar toen hij hoorde dat Willem II een ambitieuze trainer zocht om de club opnieuw op te bouwen, begon het te kriebelen.
“Ik verdiende bij AZ drie ton per jaar”, zegt hij lachend. “Dat was toen een topsalaris. Willem II zei meteen: ‘Dat kunnen wij nooit betalen.’ Ze konden tot zeventigduizend gulden gaan. Mijn vrouw verklaarde me voor gek. Ik had een prachtig huis, een goed contract, alles was geregeld. Maar ik zei: ‘Ik heb hier zo’n zin in. Ik wil mijn stempel drukken op een club die helemaal onderaan staat.’”
Bonussen
Dus bedacht De Visser een slimme constructie: “Ik zei: prima, geef mij maar die zeventigduizend gulden. Maar dan wil ik wel bonussen. Periodetitels, promotie, meer publiek, overal een bonus op. Ik zei zelfs: als er meer supporters komen, wil ik een percentage van de extra inkomsten. Dat vonden ze goed. Het had natuurlijk ook verkeerd kunnen aflopen. Dan had ik gewoon zeventigduizend gulden gehad. Maar ik geloofde erin.”
En het pakte uit zoals De Visser het voor ogen had: “In het eerste jaar wonnen we meteen een periodetitel. Het jaar daarna promoveerden we. En ineens zaten er geen 1.300 supporters meer, maar acht- à negenduizend mensen op de tribune. Toen zei ik thuis lachend tegen mevrouw De Visser: ‘Hoe zit het eigenlijk met de kassa?’”
De Visser bouwde Willem II op met spelers waar bijna niemand iets in zag. Dat was zijn handelsmerk: talent herkennen waar anderen overheen keken. Geld om grote aankopen te doen was er immers niet.
“We hadden niks”, zegt hij. “Dus moest ik slim zijn. Ik wilde eigenlijk maar een paar spelers behouden. De rest vond ik niet goed genoeg voor waar ik naartoe wilde. Dus ging ik op zoek naar jongens uit de amateurs en spelers die overal waren afgeschreven.”
Zo kwamen onder anderen Fons Mallien, Hans Werdekker, Kevin Maddock, Mark Farrington en René Wolfs naar Tilburg. “Ik haalde acht spelers van amateurniveau binnen. Niemand kende ze. Maar ik geloofde in die jongens. Dan ging ik extra met ze trainen. Ik had altijd oog voor karakter. Een ploeg moet niet alleen kwaliteit hebben, maar ook mentaliteit. En dat zat in die groep.”
Promotie
Met die aanpak promoveerde Willem II in 1987 naar de Eredivisie. Vervolgens werden de Tilburgers direct vierde op het hoogste niveau. “Daar ben ik nog steeds trots op”, zegt De Visser. “Niet alleen op die promotie, maar vooral omdat er een idee achter zat. Wij gingen met een ploeg vol jongens uit de amateurs naar de Eredivisie en werden vierde. Dat kwam door karakter. Door passie. En doordat iedereen precies wist wat zijn taak was.”
Eén van de spelers die onder De Visser uitgroeide tot publiekslieveling was Hans Werdekker. De verdediger kwam uit het amateurvoetbal en werd later zelfs verkocht aan Ajax. “Hans had een piepklein contract”, vertelt De Visser. “Volgens de regels mocht hij voor drie ton vertrekken. Maar ik wist dat Johan Cruijff hem graag wilde hebben. Dus toen Ajax belde, zei ik: ‘Voor zeven ton mag hij weg.’ Binnen een uur belden ze terug: akkoord.”
Toch voorspelde De Visser meteen dat Werdekker het moeilijk zou krijgen in Amsterdam. “Ik zei tegen Hans: ‘Bij Willem II ben jij perfect op je plek. Bij Ajax is het een heel andere wereld.’ En inderdaad: na een paar weken zat hij niet eens meer bij de selectie. Toen heb ik Ajax gebeld en gezegd dat ik hem terug wilde huren. Dat gebeurde ook. Wij kregen een geweldige speler terug en Ajax betaalde zijn salaris. Dat was voor Willem II natuurlijk een topdeal.”
Nog altijd volgt De Visser zijn oude club op de voet. Ondanks zware gezondheidsproblemen kijkt hij vrijwel iedere wedstrijd en maakt hij analyses. “Ik volg alles nog steeds”, zegt hij. “Eredivisie, Eerste Divisie, Engeland, België. Ik schrijf alles op. Alleen kost het me veel meer energie dan vroeger.”
Nierfalen
De oud-trainer kampt met ernstige gezondheidsproblemen. Zijn vrouw overleed dertien jaar geleden en zelf kreeg hij te maken met hartproblemen, darmkanker en nu ook nierfalen. “Mijn nieren zijn van honderd procent naar twintig procent gegaan”, vertelt hij openhartig. “Ik moet nu enorm veel rust nemen. Soms ben ik maar een paar uur per dag echt fit. Maar als ik fit ben, zit voetbal nog steeds in mijn hoofd. Dan kijk ik wedstrijden, maak ik aantekeningen en denk ik na over spelers.”
Toch zou hij nog altijd openstaan voor een rol bij Willem II. “Ik hoef niks betaald te krijgen”, zegt hij. “Ik wil best advies geven. Maar dan moet je wel duidelijke afspraken maken. Ik ben een Zeeuw. Ik ga mezelf niet opdringen.”
Een paar jaar geleden sprak De Visser uitgebreid met de clubleiding van Willem II over een mogelijke adviserende rol. Daar kwam tot zijn teleurstelling uiteindelijk niets van terecht. “Merijn Goris is hier thuis geweest”, vertelt hij. “We hebben uren gepraat over de club. Ik heb uitgelegd wat Willem II nodig heeft: korte lijnen, een ervaren technisch directeur, een sterk scoutingapparaat en ervaren mensen rondom de club. Ik zei ook dat ze in de winterstop spelers moesten huren om degradatie te voorkomen. Zoals Sparta dat toen deed. Maar daarna bleef het stil en degradatie volgde.”
“Willem II heeft te veel afstand genomen van oud-spelers en echte clubmensen die echt verstand van voetbal hebben”, zegt hij. “Mensen als John Feskens, Theo de Jong, Hans Werdekker… die moet je benutten. Niet omdat ze zo nodig een functie willen, maar omdat ze kennis hebben. Dat mis ik bij Willem II. In de Raad van Commissarissen zitten goede mensen, maar ik mis iemand met verstand van voetbaltechnische zaken. Ronald Hermans zou daar een goede voor zijn.”
Chelsea
Zelf bleef De Visser na zijn trainerscarrière actief als scout. Voor PSV en lange tijd ook voor Chelsea FC, waar hij nauw samenwerkte met eigenaar Roman Abramovitsj.
“Ik durfde altijd eerlijk te zijn”, zegt hij. “Toen ik voor het eerst bij Chelsea kwam, zei Abramovitsj: ‘We have a good team.’ Ik antwoordde: ‘No, I don’t like it.’ Iedereen schrok zich dood. Maar ik zei: ‘Crespo en Verón waren vroeger geweldige spelers, maar nu niet meer.’ Abramovitsj hield daarvan. Hij wilde eerlijkheid.”
De Visser drukte vervolgens een enorme stempel op het transferbeleid van Chelsea. Hij speelde een belangrijke rol bij de komst van spelers als Kevin De Bruyne, Eden Hazard en doelman Petr Čech.
“Petr Čech had ik al acht keer bekeken voor PSV”, zegt hij. “Ik was helemaal gek van hem. Dus ik zei tegen Abramovitsj: ‘You must sign him tonight.’ Uiteindelijk heeft hij meer dan tien jaar bij Chelsea gespeeld en alles gewonnen.”
Het geld dat De Visser verdiende in het topvoetbal, stopte hij vrijwel volledig in een groot project in Ghana: een voetbalacademie voor kansarme kinderen. “Al mijn spaargeld is naar Afrika gegaan”, vertelt hij trots. “We hebben daar de mooiste voetbalacademie van Afrika gebouwd. Jongens krijgen drie maaltijden per dag, onderwijs, trainingen en begeleiding. Veel van die kinderen kwamen van de straat.”
De Attram De Visser Soccer Academy runt hij samen met zijn ‘voetbalzoon’ Godwin Atram, een Ghanees talent dat De Visser ooit zelf naar PSV haalde. “Hij noemde mij altijd ‘daddy’”, zegt De Visser zichtbaar geëmotioneerd. “Ik heb zelf geen kinderen. Dus dat deed me veel. Toen hij stopte met voetballen, zei ik: ‘We gaan samen iets terugdoen voor Ghana.’ Dat is deze academie geworden.”
"Willem II is mijn club"
Ondanks alles blijft voetbal de rode draad in zijn leven. En Willem II? Dat blijft zijn club. “Ik ben niet rancuneus”, besluit hij. “Er staat weer een gesprek gepland met Merijn Goris en Freek Heerkens. Maar dan mogen ze me eerst uitleggen waarom ik na het vorige gesprek niets meer hoorde. Daarna zal ik mijn visie geven. Want ik houd nog steeds van de club. Van het publiek ook. Die supporters blijven altijd achter de ploeg staan. Dat vind ik prachtig. En ik hoop vurig dat ze promoveren, al is dat na de 1-2 in Tilburg zeker geen gemakkelijke opgave.”
